Hieronder volgen enkele doeltreffende

methodes welke je bij jezelf dan wel bij

anderen kunt toepassen om sterker in je

schoenen te staan en de weg naar je eigen

innerlijke te vinden. Het zijn zeer simpele

methodes maar hun werking is zeer diep en

ze zijn zeer ingrijpend in je leven en kunnen

grote veranderingen teweeg brengen.

Veel succes op de weg naar jezelf.

 

 

 

 

Aarden
Deel 1

Goed aarden op een snelle en simpele manier heeft in de basis het vermogen tot visualiseren nodig. Dat wat je zo meteen leest moet je je dus reëel voor kunnen stellen, je moet het als het ware voor je ogen, gesloten of open maakt niets uit, kunnen zien. Veel succes ermee.

Je kunt het best gewoon op een stoel zitten, rechtop met dit blaadje voor je. Zorg dat je benen en armen niet gekruist zijn, dus gewoon naast elkaar. Beide voeten op de grond. Ik heb alle instructies onder elkaar gezet, dus één instructie per regel. Als je een instructie duidelijk voor je hebt, mag je naar de volgende regel.
We beginnen.

Zie in gedachten de onderkant van je voeten.
Zie in gedachten onder elke voet een bloem.
Kijk hoe ver de bloemen open zijn.
De bloemen gaan nu zover open staan als wat goed is voor jou nu.
Vanuit de kern van de aarde komen nu twee stralen omhoog en verbinden zich elk met een bloem onder je voeten, zie dit.
Vanuit je stuitje gaat nu een straal richting aarde en vertakt zich hierin als de wortels van een boom, zie dit.
Zie de kleur van je bloemen.
Zie de kleur van de stralen vanuit het middelpunt van de aarde.
Zie de kleur van de straal vanuit je stuitje.
Zet je rechterwijsvinger tegen je rechterduim, en denk of spreek het woord “aarden”.

Klaar.
Indien je nu in de toekomst je rechterwijsvinger en rechterduim op elkaar zet en denkt aan het woord “aarden” ben je direct weer geaard op de manier zoals je nu geleerd hebt. De duim en wijsvinger op elkaar wordt een anker genoemd, waarin nu de hele procedure van het aarden opgesloten zit. Je kunt dit overal en altijd toepassen, of je nu wandelt of danst, of gewoon tijdens een gesprek, als je je duim en wijsvinger op elkaar zet en denkt of spreekt het woord “aarden”, ben je gelijk geaard.

Doe dit aarden vanaf nu elke dag een paar keer, niet de hele procedure, maar alleen met de vinger en duim en het woord “aarden”. De procedure zit verankerd in je en is niet meer nodig. Je zult soms bemerken dat als je je vingers op elkaar zet en “aarden” denkt dat er een soort kippenvel binnenin je van boven naar onderen gaat.
De bloemen zullen zo ver open gaan als voor jou nu nodig is. Dit wil zeggen dat deze stand zich automatisch aanpast aan de stand van je kruinchakra. Zover als je kruinchakra open staat, zover zullen ook de bloemen open gaan staan, waardoor een evenwichtige energiestroom vanuit het universum via je kruin door je lichaam stroomt en door je bloemen afgevoerd wordt. Als je kruinchakra in de toekomst verder zal openen, gaat de stand van de bloemen mee. Uiteindelijk zal een evenwicht in open zijn van alle chakra’s en een rechte verbinding van alle chakra’s met de energiestroom van kruin naar bloemen bewerkstelligd worden.

 

 

 

 

 

Aarden

Deel 2


Dit tweede deel is een vervolg van de vorige procedure. Het brengt een grotere verbinding met het geheel, het kosmische, de natuur, alles, en daardoor een betere verbintenis met je eigen innerlijke. Voor het gemak heb ik de vorige procedure erbij geplaatst. Voor als je niet zou weten waar de solar plexus zich bevindt, deze zit op een handbreedte boven je navel, precies onder het middenrif, daar waar het bot eindigt. De kosmos is hier het ‘oneindige’, daar waaruit alles ontstaat, je zult dus een straal zien die zo ver reikt dat je het begin niet zult zien, het is er gewoon.

We beginnen.

Zie in gedachten de onderkant van je voeten.
Zie in gedachten onder elke voet een bloem.
Kijk hoe ver de bloemen open zijn.
De bloemen gaan nu zover open staan als wat goed is voor jou nu.
Vanuit de kern van de aarde komen nu twee stralen omhoog en verbinden zich elk met een bloem onder je voeten, zie dit.
Vanuit je stuitje gaat nu een straal richting aarde en vertakt zich hierin als de wortels van een boom, zie dit.
Zie de kleur van je bloemen.
Zie de kleur van de stralen vanuit het middelpunt van de aarde.
Zie de kleur van de straal vanuit je stuitje.
De stralen vanuit het middelpunt van de aarde naar je bloemen gaan nu verder omhoog in je lichaam tot aan de solar plexus, zie dit.
Vanuit de kosmos komt de oerstraal omlaag en komt je lichaam in via je kruinchakra en gaat door naar de solar plexus en verbindt zich daar met de aardstralen, zie dit.
Zie voor je de zon, en vanuit de zon een straal naar je toe die zich verbindt met de andere stralen in de solar plexus.
Zie achter je de maan, en vanuit de maan een straal naar je toe die zich verbindt met de andere stralen in de solar plexus.
Zet nu duim en middelvinger van je rechterhand tegen elkaar en denk of spreek het woord “aarden”.

Klaar.
Indien je nu in de toekomst je rechtermiddelvinger en rechterduim op elkaar zet en denkt aan het woord “aarden” ben je direct weer geaard op de manier zoals je nu geleerd hebt. Dat is dus het anker voor de gehele procedure zoals je ze nu hebt geleerd en dus ook weer overal en altijd toepasbaar.

 

 

 

 

 

Spanningen weghalen.

Deze methode is in principe door iedereen toe te passen. Het is de intentie waarmee je wilt werken wat bepalend is. Het enige verschil kan bestaan in het voelen van de persoon die toepast, de één voelt wel iets, de ander niet. Het werkt in direct op het lichaam en de eerste aura. Je haalt er negatieve (koude) ladingen mee weg en menigeen begint kort na de behandeling dan ook een warmte en rust te voelen.

Doe, als je er eentje om hebt, je horloge af. Ook ringen kunnen storend werken, niet voor jezelf of de werking, maar voor de persoon die behandeld wordt.
Eerst natuurlijk aarden, dat is het belangrijkste voor jezelf.
Dan laat je de persoon zitten dwars op een stoel, dus met de rug vrij. Het beste hiervoor is een keukenstoel of een krukje. Het makkelijkst is de rugleuning aan de rechterkant van de persoon. Zorg dat handen en benen/voeten niet gekruist zijn bij de te behandelen persoon.
Dan vraag je de persoon of je mag aanraken. (Als de persoon dat niet wil doe je het gewoon op enkele cm afstand van de persoon, werkt evengoed)
Zeg tegen jezelf: "Alleen positieve dingen kunnen mij beïnvloeden, alleen positieve dingen wil ik laten bewerkstelligen". (In gedachten zeggen)
Ga zelf links van de persoon staat, dit is het makkelijkst.
Leg je linkerhand tegen het voorhoofd en je rechterhand op de kruin van de persoon.
Hierdoor zorg je ervoor dat de voorhoofd-chakra ontvankelijk wordt en zover open gaat als voor dat moment nodig is. Deze werking komt vanzelf door de in gedachten uitgesproken affirmatie over positieve dingen. Hetzelfde gebeurt met de kruin-chakra. Vraag je niet af hoe het werkt, heb gewoon vertrouwen erin en laat het gebeuren. Soms zul je kunnen voelen dat de chakra’s gaan draaien. Als je denkt dat het gevoel onaangenaam wordt, kun je loslaten,
anders kun je dit ongeveer 2 minuten doen.
Voor elke volgende handeling kun je 1 minuut (ongeveer) nemen, anders zegt je gevoel wel dat het genoeg is.
Daarna ga je achter de persoon staan en strijkt met je handen vanaf het voorhoofd over het hoofd naar achteren en over het achterhoofd naar beneden naar de schouders. Hierbij houd je je vingers gespreid, waardoor een groot gebied wordt aangeraakt. Houdt de uiteinden van de duimen tegen elkaar. De uitwerking gaat veel verder dan wat je met je lichamelijke handen fysiek aanraakt. Als je op de schouders bent, trek je in één beweging de handen verder terug en slaat ze af.
Dan ga je met je handen over de rug omlaag, zo ver mogelijk en slaat weer in één beweging je handen af.
Vervolgens doe je de linkerarm vanuit de schouder en daarna de rechterarm. De persoon voor je moet zijn arm ontspannen laten hangen. Zijn arm ‘hangt’ dan in wezen aan jouw hand en hierdoor ondersteun je zijn arm. Let er maar eens op hoe weinig mensen die arm slapjes kunnen laten hangen. Als je merkt dat de arm niet ontspannen hangt (meestal is dan ook de schouder iets omhoog getrokken) zeg dan tegen de persoon voor je dat hij zijn arm moet ontspannen. Je kunt de arm schudden als je zijn hand vast hebt door snelle heen en weer gaande bewegingen, waardoor je meteen voelt of die arm ontspannen is of niet, bij geen ontspannen voel je duidelijk weerstand. Door het schudden help je te ontspannen. Bij de handen kun je eromheen gaan, dus de persoon zijn/haar hand in jouw hand en weer afslaan. Vergeet niet de armen te steunen door de hand vast te houden.
Dan doe je het linkerbeen vanuit de heup en dan het rechterbeen. Let hierbij op waar je gaat zitten, houd je aan de buitenkant van de benen.
Voor alles dus 1 minuut (ongeveer, je hoeft er geen horloge bij te houden), of je gevoel vertelt je anders, dan volg je gewoon je gevoel.

 

 

 

 

 

Stapje terug

Zorg dat je op een positie staat van waaruit je de stapjes terug kunt doen. Er moet ruimte achter je zijn.
Ga schuin achter/naast de persoon staan aan zijn/haar rechterkant.
Leg je linkerhand op zijn/haar rechterschouder en ondersteun met je rechterhand de rechter elleboog/onderarm.

Laat de persoon zijn ogen sluiten en zich een beeld/gevoel vormen van het probleem/de angst, en als dat zo is, dit bevestigen. De mate van inleving is hier verder bepalend voor het oplossend vermogen van het probleem, dus besteedt hier voldoende tijd aan.

Op het moment dat de persoon het beeld behorende bij het probleem goed ziet/voelt, laat je hem/haar een stapje terug doen.
Als de persoon het stapje terug gedaan heeft, vraag dan de persoon of hij/zij voelt of er nog iets van het probleem aanwezig is. Gewoon laten waarnemen maar dan van een afstand. “Kun je nog iets zien of voelen van het probleem? Je kunt er naar kijken vanaf een afstand”. Het zou heel goed kunnen dat de persoon op dit moment al niets meer voelt/waarneemt.

Als de persoon nog iets voelt van het probleem, dan laat hem/haar weer een stapje terug doen en voelen.

Dit doe je herhalen, totdat de persoon niets meer van het probleem kan voelen of waarnemen op welke manier dan ook.

Daarna doe je nog eens vijf keer een stapje terug, telkens met een kleine pauze ertussen. Laat steeds gewoon waarnemen en voelen. Er kunnen zich nu heel mooie dingen voordoen, ik zeg kunnen, het hoeft niet.

Als de persoon de laatste stapjes gedaan heeft, kan hij/zij de ogen openen. In principe is hij/zij klaar met het door hem/haar voorgestelde probleem. Praat dan na (laat vooral de persoon praten) over het gebeuren.

Stel dat jullie een aantal stapjes terug hebben gedaan en jullie staan kort voor een muur of een ander obstakel, jullie zouden dus geen stapje terug meer kunnen doen. Op dat moment is het aan jou om de persoon te laten omdraaien om weer in de andere richting verder te gaan. De persoon houdt zijn/haar ogen dicht en laat zich door jou begeleiden. Je houdt te allen tijde zijn/haar schouder vast en blijft zijn/haar elleboog/onderarm ondersteunen.

 

 

 

 

 


Je eigen gids


Ga in een gemakkelijke stoel zitten, doe je ogen dicht, denk aan niets, alleen positieve dingen kunnen je beïnvloeden, ontspan je zodat bewust en onbewust bij elkaar kunnen komen. Ontspan je steeds dieper en dieper. Je loopt boven in de bergen en ziet onder je een heerlijk groen dal. Je gaat steeds dieper dat mooie groene dal in en steeds dieper wordt jouw ontspanning. Je ziet in de verte een mooie groene haag. Je loopt steeds verder richting haag en ziet in de haag een opengeknipte boog waar je onderdoor kunt lopen. Je loopt onder de boog door en ziet een prachtige tuin, in precies die kleuren die jij mooi vindt, met precies die geuren die je heerlijk vindt, met een warmte die je heel aangenaam vindt. Je loopt steeds verder jouw tuin in en komt bij een bank aan. Je neemt plaats op de bank en voelt dat de bank heerlijk aanvoelt aan je hele lichaam. Nog nooit heb je je zo veilig en goed gevoeld. Geniet met volle teugen van dit gevoel.

Kijk in de verte. Je ziet daar een gestalte die steeds nader komt. Alleen positieve dingen kunnen je beïnvloeden. Je accepteert dat de gestalte korter bij komt, want ergens weet je dat dit een positieve gestalte is. Hij komt zover nader als jij in je gevoel toelaat. Als je gevoel niet verder wil, zal de gestalte zich omdraaien en weer vertrekken. Als de gestalte voor je staat zou je hem kunnen vragen zijn gelaat te laten zien, zodat je wellicht weet wie het is. Vraag de gestalte dan of je vragen mag stellen.

De rest van het verloop hangt verder van je vragen af.

Je zou je kunnen voorstellen dat je dan denkt, ja maar, ik vind dit zo heerlijk, hier blijf ik. In principe is dat niet erg, want je ontspanning gaat verder en belandt uiteindelijk in een doodgewone slaap waar je heerlijk relaxed uit wakker wordt.

Hierbij zou je kunnen denken, ik heb geen tijd om over te gaan in een slaap. Dan kun je het volgende doen: zet voor je begint een cd of bandje van ongeveer 30 min. tot 3 kwartier met rustige, voor jou prettige muziek op en spreek met jezelf af dat als die muziek stopt, jij rustig uit je ontspanning ontwaakt.

Misschien zal het de eerste of nog meer keren niet lukken. Denk dan niet meteen van “ik kan dat niet”. Het is gewoon een teken dat je er nog niet klaar voor bent. Accepteer dan de heerlijkheid van de ontspanning die je er aan over houdt en probeer steeds elke dag, of dan wanneer je er zin in hebt, weer opnieuw.

 

 

 

 

 

Affirmaties

Affirmaties zijn in principe hulpmiddelen die direct invloed uitoefenen op je gedachtewereld en daardoor op je manier van leven. Indien op de goede manier toegepast, hebben ze een zeer sterke werking. Je kunt ze ten alle tijden toepassen, maar het beste is het om te verdelen over de dag, dus ’s morgens, ’s middags en ’s avonds. Je kunt de affirmaties denken, je kunt ze ook voor je ogen als geschreven tekst visualiseren, maar het allerbeste is het om ze op papier op te schrijven, dit is een bewustere manier van beleven. Doe de affirmaties minstens drie keer per keer opschrijven, meer mag natuurlijk altijd. Bedenk dat het een vorm van programmeren is die een heel sterke uitwerking op je bestaan heeft.


Alleen positieve dingen kunnen me beïnvloeden.

 

Dat wil ik, dat geloof ik, dat kan ik.

 

Ik voel me van dag tot dag, in alle opzichten, steeds beter en beter.

 


Ook als je een bepaald doel wilt bereiken kun je deze vorm van programmeren toepassen.


Ik, .........., wil vrij zijn

.........., jij bent vrij

.......... is vrij


Voor de puntjes moet je natuurlijk je eigen naam invullen. Voor “vrij” kun je ook elk ander woord invullen, dat wat je zelf wilt zijn, bv “een goede schrijver”, of “een mooi mens”. Niets, werkelijk niets is onmogelijk, zelfs niet op het materiële vlak.

 

 

 

 

 

Toegepaste kinesiologie


Ik denk dat de meeste van ons wel weten dat we binnenin ons zelf alle antwoorden en kennis wat we nodig hebben bevatten. Alleen weten we meestal niet hoe we die antwoorden naar buiten moeten brengen, hoe we het onbewuste bewust kunnen maken. Ons lichaam reageert sterk op ons onbewuste, echter daar staan we bijna nooit bij stil. De taal van het lichaam is bv zo’n reactie, bewegingen van de wenkbrauwen, de lippen, de handen, ons hele lichaam. Deze bewegingen worden veroorzaakt door onze spieren, en deze worden aangestuurd door onze hersenen welke wederom door ons onderbewuste beïnvloed worden. Deze spiertrekkingen kunnen we nu gebruiken om ons onbewuste naar de oppervlakte te brengen, gebruiken om antwoorden te krijgen. Veel gebruikt wordt deze methode door pendelaars en wichelroedelopers. In de basis heeft de werking hiervan de zelfde oorsprong als de lichaamstaal. Hierbij maken we gebruik van de mogelijkheid om te programmeren. Het programmeren bestaat uit een leeg maken van het denken door het concentreren op één vraag. Bij deze methodes wordt er meestal een vraag gesteld waarbij als antwoord slechts een “ja” of een “nee” mogelijk is. Uitgaande ervan dat we onbewust alle antwoorden bevatten zal ons onbewuste via de hersenen spiertrekkingen veroorzaken waardoor een bepaalde beweging wordt gegeven aan het gebruikte instrument waardoor we daar een antwoord uit kunnen afleiden, omdat de aparte bewegingen voor de antwoorden van tevoren vastgesteld zijn.
Nu laten we de instrumenten eens weg. We werken alleen met ons lichaam, met name met één van onze armen. We gebruiken hier de methode om uit te vinden wat wel of niet goed is voor ons lichaam of ons geheel. Wat moeten we daarvoor doen. Allereerst zijn er twee personen nodig. De persoon die wil weten of iets goed voor hem is, neemt het bewuste iets in zijn hand en strekt zijn arm voor zich uit. De andere persoon legt één hand op de schouder van de persoon die vraagt, en zijn andere hand op de pols van de hand waar het voorwerp mee wordt vastgehouden. Dan vraagt de persoon die het voorwerp vast heeft aan zichzelf of het voorwerp goed voor hem is. Als hij zich deze vraag gesteld heeft, zal het onbewuste daarop reageren door de persoon sterk, dan wel zwak te maken. De andere persoon drukt vervolgens de arm van de vragende persoon op de pols omlaag. De sterkte van de weerstand van de arm zal nu vertellen of het voorwerp waarover gevraagd werd wel of niet goed is voor de vrager. Is het goed voor de vrager, dan zal de arm niet omlaag gedrukt kunnen worden. Is het voorwerp slecht voor de vrager, dan zal de arm (soms zelfs heel gemakkelijk) omlaag gedrukt kunnen worden. Bij de voorwerpen waarover gevraagd wordt kun je denken aan voedingswaren, en ook zeer in trek bv edelstenen. Eigenlijk is de fantasie hier de beperking.

 

 

 

 

Pendelen

Pendelen is één van de hulpmiddelen die je kunt gebruiken om via je onderbewuste informatie naar boven te halen. Voorwaarde voor de betrouwbaarheid van de informatie is de mate van “leegmaken” van jezelf, het zijn zonder te denken en vooroordelen te hebben. Op die manier worden niet de spieren bestuurd via het denken en de hersenen maar via het onderbewuste en de hersenen. Het onderbewuste geeft opdracht aan de hersenen om een bepaalde spierreactie uit te voeren.

Doe pendelen bij voorkeur zittend. Neem de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen, aarden, je instellen op “alleen positieve dingen kunnen me beïnvloeden”, je vullen met “wit licht”, je bewuste denken zoveel als mogelijk uitschakelen en je zoveel als mogelijk ontspannen.
Zet je rechter elleboog (als je rechts bent, de linker elleboog als je links bent) met je arm schuin omhoog en naar het midden van je zelf gericht op de tafel, zodanig dat je ontspannen pols en hand in het midden van je lichaam uitkomen. Neem het draadje of het kettinkje van de pendel tussen duim en wijsvinger van je rechterhand en houdt het zacht ontspannen vast. Houdt de pendel zo’n 3 tot 5 centimeter boven de tafel. We zijn klaar om te pendelen.
Wat kunnen we vragen. We kunnen alles vragen, als het antwoord maar een ja of een nee als uitkomst heeft. Dit betekent geen vragen die met “Waarom, wie, wat, hoe enz.” beginnen.


1ste oefening. Stel je voor als antwoord “Ja”. De pendel zal nu, eerst weinig en steeds meer, gaan slingeren in een rechtlijnige beweging van je af en naar je toe.

 

 

2de oefening. Stel je voor dat de pendel stil moet gaan hangen. De pendel zal nu, sneller dan normaal, stil gaan hangen.


3de oefening. Stel je voor als antwoord “Nee”. De pendel zal nu van links naar rechts gaan slingeren, weer eerst langzaam, maar steeds heftiger.

 

 

Laat de pendel weer stil hangen.


4de oefening. Stel je voor als antwoord “Deze informatie is niet voor mij om te weten”. De pendel zal nu van linksonder naar rechtsboven gaan slingeren.

 

 

Laat de pendel weer stil hangen.


5de oefening. Stel je voor als antwoord “Deze informatie mag ik niet door geven”. De pendel zal nu van rechtsonder naar linksboven gaan slingeren.

 

 

Laat de pendel weer stil hangen.


6de oefening. Stel je voor als antwoord “Misschien”. De pendel zal nu rechtsom in een cirkel gaan draaien. (kloksgewijs)

 

 

Laat de pendel weer stil hangen.


7de oefening. Stel je voor als antwoord “Attentie”. De pendel zal nu linksom in een cirkel gaan draaien. (tegengesteld kloksgewijs)

 

 

Laat de pendel weer stil hangen.

Doe per dag slechts twee oefeningen en het stilhangen.
Eerste dag de “Ja” en de “Nee” beweging (de rechte slingerbewegingen).
Tweede dag de “Informatie” beweging (de schuine slingerbewegingen).
Derde dag de “Misschien” en de “Attentie” beweging (de draaiende slingerbewegingen).
Na de eerste dag altijd beginnen met het stil hangen, ook als je straks vragen gaat stellen.
De vierde dag kun je de rechte slingerbewegingen en de schuine slingerbewegingen oefenen.
De vijfde dag kun je alle oefeningen achter elkaar doen.


Denk er hierbij aan dat je per dag niet meer dan 15 minuten mag pendelen. Dit heeft te maken met spierreacties. Dit wil wel zeggen dat als de oefening voor die dag niet klaar of gelukt is, deze oefening de volgende dag herhaald dient te worden met als gevolg dat alle volgende oefeningen één dag opschuiven. Ook heeft het geen zin om verder te gaan als de spieren van je arm vermoeid blijken te zijn voordat het kwartier om is. Alle oefeningen schuiven ook dan een dag op. Denk eraan, vanaf dag twee telkens met het stilhangen te beginnen.